Artikelen
|
|
|
Het kruis |
|
Op het kruis van Golgotha is iets unieks in de geschiedenis van de mensheid gebeurd. – De Koning der koningen, Jezus Christus, werd met een doornenkroon gekruisigd, tot spot van de mensen. Hij liet het rustig met Zich gebeuren, opdat zondige mensen door Zijn volkomen offer rein en heilig konden worden en aan de heerlijkheid van Zijn rijk deel zouden kunnen hebben. – De Heere der heren maakte geen gebruik van Zijn macht, maar liet Zich aan het hout nagelen door Zijn eigen schepselen; zo vernederde Hij Zichzelf en werd God gehoorzaam tot de dood. – De Heere der heerlijkheid werd als de ergste boosdoener gevonnist, opdat zelfs de schuldigste van alle mensen door God in genade aangenomen zou kunnen worden. – De Vorst van het leven gaf Zichzelf als een Offer voor de zonde in de dood, opdat mensen die in hun zonden en overtredingen dood waren, het eeuwige leven zouden kunnen ontvangen. – De Rechtvaardige heeft aan het kruis voor onrechtvaardigen geleden, opdat Hij hen in verbinding met God en aan Zijn hart zou brengen |
|
|
|
|
|
Het wonen van de volheid van de Godheid |
|
De apostel Paulus kon de christenen in Kolosse aanspreken met “heilige en trouwe broeders in Christus”; bovendien kon hij zich verblijden bij het zien van hun orde en de vastheid van hun geloof (Kolosse 1:2 en 2:5). De geestelijke toestand van de gemeente daar was om bijna jaloers op te worden. Anderzijds moet de apostel de gelovigen indringend waarschuwen voor gevaren die hen bedreigden: van de zijde van de Grieken met hun filosofieën en van de zijde van de joden met hun wetten en tradities. Dat deze waarschuwingen in zulk een vorm nodig waren, laat het vermoeden rijzen dat de Kolossers innerlijk dreigden te verslappen. Hun harten leken enigszins af te koelen, de brandende liefde tot hun Verlosser en Meester was aan het verzwakken. Immers, voor iemand die een brandend hart heeft voor zijn Heiland, voor iemand die al zijn blijdschap in de Heere vindt, heeft al het andere geen waarde en aantrekkingskracht. Wat zou het mooi zijn als de Heere bij ons iets meer van zo’n hartentoestand zou opmerken! |
| meer... |
|
|
|
|
|
Ik kom weer |
|
In Johannes 13 vanaf vers 31 en in hoofdstuk 14 bevinden zich in de bovenzaal personen die volkomen vreemd zijn aan alles wat in de wereld te vinden is, en ten opzichte van wie de wereld vijandig staat. De Heere Jezus zegt tot hen: “Uw hart worde niet ontroerd” (14:1). Waardoor zouden hun harten ontroerd kunnen worden? Doordat Hij hen zou verlaten. Hun geluk, hun troost en al hun blijdschap bestond daarin dat Christus bij hen was. En nu had Hij gezegd dat Hij de wereld zou verlaten! |
| meer... |
|
|
|
|
|
Geloof en moed |
|
Een koorddanser liet een touw over een diep ravijn spannen. Voordat hij z’n voet op het touw zette om naar de overkant te lopen, riep hij naar het publiek: ‘Gelooft u dat ik over dit touw kan lopen, zonder naar beneden te storten?’ – ‘Ja!’ werd er geroepen. Daarna liep de man over de duizelingwekkende diepte langzaam naar de overkant. Toen het was gelukt, kreeg hij natuurlijk een enorm applaus. Even later pakte hij een kruiwagen en riep: ‘Gelooft u ook dat ik met deze kruiwagen over het touw kan lopen?’ Het publiek werd nóg enthousiaster en allen waren het erover eens dat het hem zou lukken. Naast de koorddanser stond een dame die van geestdrift direct al in haar handen begon te klappen. De artiest keek haar aan en zei: ‘Wilt u dan zo vriendelijk zijn om in te stappen?’ – De dame schrok en peinsde er niet over haar leven op het spel te zetten! Wel geloof, maar geen moed om in te stappen! Wat heb je nu aan geloof als je niet persoonlijk naar de Heere Jezus bent gegaan om je leven aan Hem toe te vertrouwen? Zij die deze stap wél hebben gedaan, kunnen zeggen: ‘Hij schenkt een diepe vrede in je hart die je voorheen niet kende. Je weet niet wat je mist, als je zonder Hem door het leven gaat!’ |
| meer... |
|
|
|
|
|
Geloof en werken |
|
“Daarom zal op grond van werken van de wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd worden” (Romeinen 3:20). “Gij ziet dat een mens op grond van werken gerechtvaardigd wordt en niet op grond van geloof alleen” (Jakobus 2:24). Hoe zijn de woorden van Paulus en Jakobus met elkaar in overeenstemming te brengen? Paulus zegt: ‘Geen mens kan zichzelf op grond van werken van de wet rechtvaardig stellen voor God’. Jakobus zegt: ‘Een mens kan zichzelf alleen maar door werken van het geloof als rechtvaardig bewijzen voor de mensen’. Wat is de Schrift eenvoudig! Natuurlijk is geen enkel mens in staat om de wet te vervullen en op die wijze rechtvaardigheid in het oog van God te verkrijgen! Ieder mens is een zondaar en onbekwaam om Gods wet te houden. Dat leert Gods Woord overduidelijk; en de inspanningen van talloze mensen om het toch te proberen, bevestigen dat volkomen. Als een mens echter door het geloof zondenvergeving hééft ontvangen en ís gerechtvaardigd in het oog van God, kan hij dat aan zijn medemensen alleen maar laten zien door werken te doen die uit het geloof voortkomen dat in zijn hart aanwezig ís. |
| meer... |
|
|
|
|
|
Gods hulp |
|
“Zo de Heere het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden zijn bouwlieden daaraan” (Psalm 127:1). In 1976 nam Ir. C.J. van de Graaf uit Papendrecht (1938) baggerbedrijf De Boer over. De vloot groeide in zesentwintig jaar van twee naar veertig schepen. De bewindvoerder – ‘Ome’ Kees voor het personeel – ging het voor de wind, maar niet zonder dat het inspanning kostte. Op de vraag naar zijn lijfspreuk citeert hij het bovenstaande Bijbelvers. Daarmee raakt hij de kern van de zaak: wij kunnen ons als mensen inspannen, zoveel we willen, maar aan de zegen van de Heere is alles gelegen! We kunnen het snel vergeten, zeker als alles van een leien dakje loopt. Voor we het weten, denken we nota bene dat we de voorspoed aan onszelf hebben te danken, en kloppen we onszelf op de schouder en de borst. Wie maar even nadenkt, beseft dat al het goede van boven komt, van onze God Die in de hemel troont, maar ook alle dingen op aarde leidt en bestuurt. We mogen ons aan Hem toevertrouwen, voor de gegeven tijd die voor ons ligt. |
| meer... |
|
|
|
|
|
Gods trouw |
|
De predikant van de Nicolaikerk te Berlijn, Paul Gerhardt (12.03.1607–27.05.1676), had de vrede lief. Hij behoorde tot de streng orthodoxe lutheranen. Toen de keurvorst Friedrich Wilhelm de opgelaaide strijd tussen lutherse en gereformeerde predikanten wilde beëindigen en ook Gerhardt daartoe een verklaring moest ondertekenen waarin hij beloofde te zwijgen over het verschil in leer, weigerde hij dit, omdat hij meende dat de vorst hem niet kon verbieden de waarheid te verkondigen zoals hij die zag, volgens de opdracht die God hem had gegeven. |
| meer... |
|
|
|
|
|
De Overste Leidsman en Voleinder van het geloof |
|
Hebreeën 12 : 2 De getuigen voor God over wie in Hebreeën 11 wordt gesproken, zijn een bemoediging op onze geloofsweg. Er is echter een verschil tussen hen en de Heere Jezus. Daarom stelt de apostel Hem hier afzonderlijk aan ons voor. We zien Abraham die “door het geloof verbleef als vreemdeling in het land der belofte als in een vreemd land” (vers 9). We zien Izaäk die Jakob en Ezau zegende met betrekking tot toekomstige dingen (vers 20), en lezen van de zegening en aanbidding van Jakob op zijn sterfbed (vers 21). Zij hebben hun wedloop gelopen, maar in de Heere Jezus hebben we een veel hogere Getuige. Bovendien is er in Hem genade te vinden om tijdens de wedloop vol te houden. |
| meer... |
|
|
|
|
|
De vijf wijze en de vijf dwaze maagden |
|
In de gelijkenis van de vijf wijze en de vijf dwaze maagden uit Mattheüs 25 geeft de Heere ons waardevol onderwijs met betrekking tot ons getuigenis in de wereld. Het Mattheüsevangelie is de schakel tussen het Oude en het Nieuwe Testament. De Heere Jezus wordt daarin voorgesteld als de Messias Die Zijn volk van hun zonden komt verlossen. Hij is het Die de Schriften van het Oude Testament in vervulling laat gaan. We zien echter dat Zijn volk Hem afwijst; Hij wordt verworpen. Wat een oordeel brengt dit volk over zichzelf! Als Mattheüs deze droeve ontwikkeling heeft beschreven, komt in de loop van zijn Evangelie de gelijkenis van de wijze en de dwaze maagden. |
| meer... |
|
|
|
|
|
Elia en Johannes |
|
Priesters en Levieten kwamen uit Jeruzalem om aan Johannes de doper te vragen wie hij was. Hij beleed dat hij de Christus niet was. “Wat dan? Zijt gij Elia?”, vroegen zij verder. Hij gaf als antwoord: “Neen” (Johannes 1:19–21). In Mattheüs 11:14 sprak de Heere Jezus tot de volksmenigte over Johannes en zei: “Als gij het wilt aannemen, hij is Elia, die komen moet”. Als Hij in Mattheüs 17 met Petrus, Jakobus en Johannes van de berg afdaalt waarop Hij verheerlijkt was geworden en zij Mozes en Elia bij Hem hadden gezien, vragen Zijn drie volgelingen: “Waarom zeggen dan de schriftgeleerden dat Elia eerst moet komen?” De Heere legt het hun uit: “Wel komt Elia eerst en zal alles herstellen; maar Ik zeg u dat Elia reeds gekomen is, en zij hebben hem niet erkend, maar aan hem gedaan al wat zij wilden; zo zal ook de Zoon des mensen door hen lijden”. Het volgende vers zegt dan: “Toen begrepen de discipelen dat Hij hun over Johannes de doper gesproken had” (vers 10–13). |
| meer... |
|
|
|
|
|
De alomtegenwoordige God |
|
‘Waar is nu jullie God?’ – Dat is de uitdagende vraag die ongelovigen vaak stellen, als kinderen van God in hun leven moeilijke dingen meemaken en door soms diepe dalen moeten gaan. Het is het beste om deze vraag met de Schrift zelf te beantwoorden. |
| meer... |
|
|
|
|
|
Deo volente |
|
D.V. – Deo volente: zo God wil. Deze uitdrukking – als afkorting of voluit geschreven – komen we vaak tegen, zowel op schrift als in het taalgebruik. Het belangrijkste is niet dat we deze woorden gebruiken, maar dat we in de werkelijkheid ervan leven! Waarschijnlijk is deze spreuk aan Jakobus 4:15 ontleend: “Als de Heere het wil en wij leven, zullen wij dit of dat doen”. Er blijken grammaticaal twee vertalingen mogelijk te zijn: de bovenstaande en de volgende: “Als de Heere het wil, zullen wij leven en dit of dat doen”. Is deze tweede mogelijkheid niet beter? |
| meer... |
|
|
|
|
|
Aan de kant |
|
Vaak is het voor ons een raadsel en niet te begrijpen waarom God ons door een ziekte stil laat staan. Als Hij een mens in Zijn dienst en tot Zijn eer kan gebruiken, is het dan niet merkwaardig dat Hij hem plotseling op het ziekbed legt en z’n activiteiten stopzet? Ongetwijfeld heeft Hij daarvoor Zijn redenen, goede redenen, maar die liggen niet aan de oppervlakte. Goddeloze mensen leven soms jarenlang als kerngezonde en krachtige mensen … en ze gebruiken al hun energie om kwaad te doen! Waarom wordt dan iemand die het streven en verlangen heeft om tot eer van de Heere en tot zegen van de mensen te zijn, door een ziek of zwak lichaam afgeremd? Die vraag mogen we rustig stellen, als het maar zonder mopperen en verzet is; maar wie zal ons het antwoord op die vraag geven? |
| meer... |
|
|
|
|
|
Zerubbabel |
|
‘In Babel verwekt’ – dat is de naam van één van de interessantste personen uit
de na–Babylonische tijd. Zijn naam spreekt van de vernedering van het huis van
David. Zijn vader is Sealthiël (Ezra 3:2) – ‘Ik heb God gebeden’. Hij was een
zoon van het gebed, evenals Samuël, zeshonderd jaar eerder. Zijn naam gaat in
het Boek Ezra schuil achter zijn ambtelijke aanduiding en titel – wel te
verstaan, als vazal van de Perzische koning. |
| meer... |
|
|
|
|
|
Winston Churchill |
|
Naar aanleiding van hun verdiensten tijdens de tweede wereldoorlog kregen enkele piloten van de Engelse luchtmacht, de Royal Air Force, een onderscheiding. Bij het opsommen van hun heldhaftige daden en prestaties verklaarde Winston Churchill: ‘Nog nooit in de geschiedenis van de mensheid hebben zo velen aan zo weinigen zoveel te danken’. |
| meer... |
|
|
|
|
|
Vergeeft elkaar |
|
“Verdraagt elkaar en vergeeft elkaar, als de een tegen de ander een klacht
heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zó ook gij” (Kolosse 3:13). |
| meer... |
|
|
|
|
|
Ware troost |
|
Op een begraafplaats viel mijn oog op een briefje dat aan een grafsteen zat. Een
kinderhand had erop geschreven: ‘We missen u zo!’ Er stonden vijf namen onder.
Uit de beide jaartallen op de steen bleek dat het om een oma ging. Ze zal haar
lieve, troostende en helpende handen hebben gebruikt voor haar kleinkinderen.
Handen die nu plotseling overal zo erg werden gemist! |
| meer... |
|
|
|
|
|
Misschien en zeker |
|
Over “misschien” en “zeker”
in de geschiedenis van Jakob en zijn zonen. |
| meer... |
|
|
|
|
|
Liefde en inzicht |
|
De apostel Paulus schrijft aan de broeders en zusters
in Kolosse dat hij wil dat ze weten dat hij in een zware gebedsstrijd voor hen
en andere gelovigen is verwikkeld, “opdat hun harten vertroost mogen worden,
samengevoegd in liefde en tot alle rijkdom van de volle zekerheid van het
inzicht” (Kolosse 2:2). |
| meer... |
|
|
|
|
|
Het eerste concilie? Handelingen 15 |
|
In de plaats Antiochië, noordelijk van Israël, was een bloeiende
gemeente ontstaan. Het gerucht daarvan drong tot de gemeente te Jeruzalem door.
Barnabas werd erheen gezonden (Handelingen 11:19–24). |
| meer... |
|
|
|
|
|
Hoe lang leefde Israël in Egypte? |
|
Mozes beantwoordt deze vraag op niet mis te verstane wijze in
Exodus 12:40–41. “De tijd nu van de woning, die de kinderen Israëls in Egypte
gewoond hebben, is vierhonderd dertig jaren. En het geschiedde ten einde van de
vierhonderd dertig jaren, zo is het juist op dezelfde dag geschied, dat al de
legers des Heeren uit Egypteland gegaan zijn”. |
| meer... |
|
|
|
|
|
Halloween |
|
De Kelten |
| meer... |
|
|
|
|
|
De lof uit de mond van kleine kinderen en zuigelingen |
|
Tussen
teksten in het Oude Testament en de aanhaling daarvan in het Nieuwe
Testament zitten regelmatig verschillen. Wie zich verdiept in de redenen
daarvan, komt steeds weer onder de indruk van de Goddelijke volmaaktheid
van de Heilige Schrift. |
| meer... |
|
|
|
|
|
Christelijke atheïsten |
|
Bestaan er ‘christelijke atheïsten’?
Een atheïst is iemand die het bestaan van God loochent. Een christen
daarentegen erkent juist wel de ware God! |
| meer... |
|
|
|
|
|
Daniël |
|
Het is opzienbarend dat de jonge Daniël het voortreffelijke paleisvoedsel
niet als een bijzondere eer en gunst, maar als een verontreiniging zag (Daniël
1:8). De wijn van de koning van Babel was voor hem een bittere drank. Daniël had
door genade een vernieuwd hart dat de dingen heel anders ziet dan de natuurlijke
mens, ja, dat alles vanuit Góds standpunt bekijkt. |
| meer... |
|
|
|
|
|
De begrafenisstoet |
|
De aartsvader Jakob hechtte er bijzonder veel waarde aan dat hij in het land
begraven zou worden dat God zijn grootvader Abraham en diens nageslacht had
beloofd. Hij laat Jozef zweren daar zorg voor te dragen (Genesis 47:29–31), en
gebiedt op zijn sterfbed zijn twaalf zonen hetzelfde (49:29–33). |
| meer... |
|
|
|
|
|
De Voornaamste van allen |
|
… de Zoon van Zijn liefde, in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving van de
zonden. Hij is het Beeld van de onzienlijke God, de Eerstgeborene van de hele
schepping (Kolosse 1:13–15). |
| meer... |
|
|
|
|
|
Een schaap aan het woord |
|
In de bekende Psalm 23 is het schaap aan het woord. Het spreekt over zijn
ervaringen met de goede Herder, de Heere Jezus. Het mogen de woorden van ieder
kind van God zijn. Door het verlossingswerk van de Heere Jezus, daardoor dat de
goede Herder Zijn leven voor de schapen heeft ingezet, mogen we bij de kudde van
de hemelse Herder horen. |
| meer... |
|
|
|
|
|
Rijk willen worden |
|
“Zo gaat het met hem die schatten verzamelt, en niet rijk is in God” (Lukas
12:21). |
| meer... |
|
|
|
|
|
Stormen |
|
Mattheüs 14:22–33 |
| meer... |
|
|
|
|