Vrijdag 9 januari

De ezelinnen die u bent gaan zoeken, zijn gevonden, en zie, uw vader heeft de zaak van de ezelinnen laten rusten, maar hij is nu bezorgd over u en zegt: Wat kan ik nu voor mijn zoon doen?

1 Samuël 10 vers 2

 

De 9-jarige Issa uit Utrecht speelde na schooltijd bij z’n vriendje en wilde er blijven slapen. Hij deed alsof hij met zijn moeder belde. Omdat hij in zijn moedertaal sprak, viel dat niet op. Zijn moeder schakelde doodongerust de politie in. Die begon een grote zoekactie. Die duurde tot de volgende ochtend, tot Issa gewoon op school verscheen.

Saul was er door zijn vader op uitgestuurd om weggelopen ezelinnen te zoeken. Maar toen Saul dagenlang zocht en niet thuiskwam, werd zijn vader ongerust over hem.

Zo is God ‘ongerust’ over Zijn weggelopen kinderen. Hij is immers de Schepper van alle mensen. Hij is ongerust. Maar niet omdat ze ‘zoek’ zijn. Nee, Hij is ongerust omdat Hij weet dat ze op de weg naar het verderf zijn. Hij wil hen allen redden. Daarom gaf Hij in Zijn grote liefde Zijn eigen Zoon Jezus Christus over in de dood. Als we Hem als onze Verlosser aannemen, worden we gered en werkelijk kinderen van God.