Woensdag 4 maart

Deze hoop hebben wij als een anker voor de ziel, dat vast en onwrikbaar is en reikt tot in het binnenste heiligdom, achter het voorhangsel. Daar is de Voorloper voor ons binnengegaan, namelijk Jezus.

Hebreeën 6 vers 19 en 20

 

Zeven dagen na het sterven van hun vader overleed ook hun moeder. In de rouwadvertentie zetten ze:

Ik glimlach eventjes naar boven,
ik weet niet of je dat kunt zien.
Ik wil daar zo graag in geloven,
ik neem genoegen met ‘misschien’.

Is het niet de grootste dwaasheid in het leven om met het oog op de eeuwigheid genoegen te nemen met ‘misschien’? Het gaat erom waar we na het sterven heengaan, terwijl dat definitief is. Er komt nóóit een einde aan! Dan wil je toch zekerheid?

Wie in Christus gelooft, hééft zekerheid, want God zegt dat hij behouden is. En wat Hij zegt, is waar. Dat staat. We hebben een anker, vast en onwrikbaar. Jezus Christus stierf voor ons aan het kruis; Hij is nu de hemel al binnengegaan. Daar wacht Hij op ons. Dat Híj er is, is voor ons de garantie dat ook wíj daar zullen komen om er eeuwig te wonen!