Jezus riep nogmaals met luide stem en gaf de geest. En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden.
Mattheüs 27 vers 50 en 51
De Heere Jezus stierf vlak na het negende uur - dat wil zeggen, volgens onze tijdsaanduiding: kort na drie uur. Op dat moment werd in de tempel het reukoffer gebracht. Het was het uur van het gebed. De dienstdoende priester stond voor het altaar in het heiligdom – en daar scheurde opeens de voorhang!
Achter die voorhang was het heilige der heiligen. Daar mocht geen mens komen, er zelfs geen blik in werpen. De heilige God Die onbenaderbaar was, woonde er. Omdat de mensen zondaars zijn, had Hij Zich daar teruggetrokken, in de ontoegankelijke duisternis van die allerheiligste plaats.
En nu? Dat kostbare gordijn scheurde! Van bovenaf. Dus niet door een mens, maar door Gods eigen hand.
We mogen de boodschap begrijpen – en die is prachtig: God liet zien dat de toegang tot Hem vrij was. Ieder mens kan nu tot Hem naderen, op grond van het sterven van Zijn Zoon aan het kruis. Dat is één van de heerlijke gevolgen van Christus’ dood!