Toen zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een scharlakenrode mantel om, vlochten een kroon van dorens, zetten die op Zijn hoofd en gaven Hem een rietstok in Zijn rechterhand. Zij vielen op hun knieën voor Hem neer en bespotten Hem met de woorden: Gegroet, Koning van de Joden!
Mattheüs 27 vers 28 en 29
De soldaten waren wreed. Pilatus had de Heere Jezus al laten geselen en Hem veroordeeld tot de kruisdood. En alsof dat onrecht niet genoeg was, werd ook nog de hele legermacht bij elkaar geroepen om Hem te bespotten. Een soldatenmantel moest dienst doen als koninklijk kleed. Als heersersstaf werd Hem een rietstok in de hand gedrukt. Zijn kroon was gevlochten uit dorens.
Hij wás de Koning! Niet alleen van de Joden, maar van het heelal. Hij is de Koning der koningen.
Hij was tot Israël gekomen als de Gezalfde van God om het volk heil te brengen, maar Israël wilde Hem niet. Hij kwam tot de wereld om verlossing aan te bieden, maar de wereld stootte Hem uit. Dat heeft onze Heiland onnoemelijk pijn gedaan. Zijn goede bedoelingen werden niet herkend, maar afgewezen. Toch stierf Hij voor ons!