Zondag 17 mei

Bij het kruis van Jezus stonden Zijn moeder, de zuster van Zijn moeder, en Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena. Toen nu Jezus Zijn moeder zag en de discipel die Hij liefhad, bij haar zag staan, zei Hij tegen Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon. Daarna zei Hij tegen de discipel: Zie, uw moeder.

Johannes 19 vers 25 tot en met 27

 

De Heere Jezus was gevangengenomen en verhoord, zeven keer in die éne nacht. Hij was geslagen, gegeseld en in het gezicht gespuwd. Nu hing Hij aan het kruis. Voor Hem lagen de vreselijke uren van duisternis waarin Hij door God verlaten zou worden – als gevolg van onze zonden.

Had Hij niet genoeg aan Zijn leed? Toch zorgde Hij zelfs toen voor Zijn moeder. Van Jozef is geen sprake meer. Het lijkt erop dat Maria weduwe was. Wie moest voor haar zorgen, nu haar oudste Zoon zou sterven? De Heere Jezus is om haar lot bekommerd en vertrouwt haar toe aan de zorg van Johannes. Waarschijnlijk is hij de discipel die Hij op bijzondere wijze liefhad.

Wat een grootheid zien we in de Heiland! Zelfs, ja, juist aan het kruis dacht Hij aan ons, arme mensen!