Toen zei Pilatus tegen Hem: Hoort U niet hoeveel zij tegen U getuigen? Maar Hij antwoordde hem op geen enkel woord, zodat de stadhouder zich zeer verwonderde.
Mattheüs 27 vers 13 en 14
De omstandigheden werden donkerder. Daardoor schitterde de heerlijkheid van onze geliefde Zaligmaker steeds meer.
Hij was volkomen onschuldig. De Romeinse stadhouder moest de beoordeling over Hem uitspreken. Minstens drie keer gaf Pilatus aan dat hij geen schuld in de Heere Jezus vond. Zijn aanklagers stonden Hem echter heftig te beschuldigen. Het éne na het andere verwijt werd Hem naar het hoofd geslingerd. De Heiland hoorde dat – en zweeg.
Pilatus ondervroeg Hem. Op zijn beginvraag of Hij de Koning van de Joden was, antwoordde de Heere Jezus. Hij gaf altijd eerlijk getuigenis over Zijn Persoon. Maar toen Pilatus Hem vroeg te reageren op alle beschuldigingen, antwoordde Hij niets. Valse aantijgingen liet Hij liggen, want Hij streed niet voor eigen eer. Dat maakte op de stadhouder diepe indruk. Hij begreep dat niet een gewoon mens voor hem stond. Toch veroordeelde hij de Onschuldige!