Geldzucht is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te verlangen, zijn sommigen afgedwaald van het geloof, en hebben zich met vele smarten doorstoken.
1 Timotheüs 6 vers 10
In een dierentuin in de Amerikaanse staat Nebraska leeft onder andere een heel aantal krokodilachtigen. Onder hen de 36-jarige Thibodaux, een leucistische alligator, een zeldzame soort met een witte huid en blauwe ogen. Bij een onderzoek bleek dat hij munten in z’n maag had zitten. Het reptiel werd geopereerd: er kwamen er wel zeventig tevoorschijn!
’t Lijkt wel een mens. Zodra goud begint te glinsteren, glinsteren ook de ogen en wordt de hebzucht opgewekt. En – het is helemaal waar – als je over geld beschikt, kun je vaak leuke dingen in het leven doen. Maar wat is de waarde ervan voor de eeuwigheid? – Niets. Nul komma nul.
Verlangen naar rijkdom heeft al ontelbare keren enorm leed aangericht. Het is wél aan te bevelen om te verlangen naar hemelse rijkdom. Naar de schatten die God aanbiedt. Want wie in de Heere Jezus gelooft, krijgt zondenvergeving. Zijn geweten is dus gereinigd. Hij heeft vrede met God en innerlijke rust, met diepe blijdschap en een heerlijke toekomst.