Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten, bent U ver van mijn verlossing, van de woorden van mijn jammerklacht?
Psalm 22 vers 2
David bracht in deze Psalm zijn gevoelens tot uitdrukking. Hij voelde zich verlaten, zelfs door God. Zijn ervaring was dat God zelfs niet lette op zijn gebed en jammerklacht. Maar hij zat er helemaal naast! Nog nooit heeft God iemand verlaten die op Hem vertrouwt en tot Hem om hulp smeekt. David voelde het wel zo, maar het klopte níet.
De grote Zoon van David, de Heere Jezus Christus, heeft het wél werkelijk ervaren. Toen Hij aan het kruis hing, met onze vele zonden beladen, werd Hij door de heilige God verlaten. Want God kan met zonde niets van doen hebben. Hij moet er het oordeel over uitoefenen.
Nooit had de Heiland dat meegemaakt. Hij was als de volmaakte Mens Zijn hele weg samen met God gegaan. Elk woord dat Hij zei, elke stap die Hij zette, was in gemeenschap met Hem. Daarom rustte Gods welgevallen op Zijn Zoon.
Maar op het kruis moest Hij Zijn eigen Zoon alleen laten. Dat was een verschrikking voor de Heiland!