Dinsdag 23 juni

Welzalig is hij van wie de overtreding vergeven, van wie de zonde bedekt is.

Psalm 32 vers 1

 

Welzalig – dat wil zeggen: werkelijk en blijvend behouden, blij en gelukkig – kan een mens alleen worden als hij weet: God heeft mij al mijn zonden vergeven.

Hij kan alleen dán zonden bedekken als we het verkeerde in ons leven blootleggen en het Hem belijden, zonder onszelf te ontzien. Zolang we onszelf met anderen vergelijken en tot de slotsom komen dat we nog lang niet zo slecht zijn als zij, zullen we Gods vergeving niet ervaren en dus niet werkelijk gelukkig kunnen worden.

Misschien weten we wel dat we hebben gezondigd, maar we proberen de zaak toe te dekken. Dat is zinloos, want we kunnen het wel voor mensen verdoezelen, maar God ziet alles. Hij verlangt dat we het eerlijk voor Hem uitspreken.

Welzalig worden we alleen als we alles oprecht belijden. Dan kan God bedekken en vergeven, op grond van het kruis van Jezus Christus. Daaraan stierf Hij immers voor onze zonden. God heeft dat beloofd. Hij is trouw; Hij zal het ook doen.