Zij vermelden zelf (...) hoe u zich van de afgoden tot God bekeerd hebt om de levende en waarachtige God te dienen.
1 Thessalonika 1 vers 9
Als iemand zich tot God bekeert, verandert alles. Het is een enorme ommekeer, eentje van 180 graden. Die heeft twee kanten: hij keert zich van iets af en hij wendt zich naar iets toe.
Deze Grieken uit Thessalonika hadden eerbiedig voor de afgodsbeelden gebogen. Toen Paulus hun van de Heere Jezus Christus en van God de Vader vertelde, keerden zij zich van die armzalige afgoden af. Ze zagen in dat het zinloos was om te knielen voor beelden van steen of goud, voor beelden die levenloos zijn en niet kunnen horen of zien.
Ze wendden zich tot de levende God Die het heelal had geschapen en Zijn Zoon had gezonden tot redding van verloren mensen. Ze geloofden in de onzichtbare, maar waarachtige God en in Zijn Zoon, de Heiland van de wereld.
De meesten in dit deel van de wereld hebben nooit voor afgodsbeelden gebogen. Maar het is nodig om zich tot de enige ware God te bekeren en Zijn Zoon in het geloof aan te nemen, om gered te worden.