Vanwege deze dingen ween ik, mijn oog, mijn oog laat water neerstromen, omdat de Trooster Die mijn ziel verkwikt ver van mij is.
Klaagliederen 1 vers 16
Op aarde was de Heere Jezus de Man van smarten. Van het begin af ondervond Hij tegenstand en haat. Herodes probeerde Hem al uit de weg te ruimen toen Hij nog een Baby was. Toen Hij rondtrok om de mensen van God en Zijn koninkrijk te vertellen, werd Hij op de voet gevolgd door de farizeeën en schriftgeleerden. Ze ondernamen aanval op aanval, ze beraamden valstrik op valstrik.
In dat alles wandelde de Heiland echter met God. Hij putte kracht uit de gemeenschap met Hem. Zijn goedkeuring was Hem alles waard. Dat God met welbehagen op Hem neerzag, gaf Hem kracht.
Wat een verschil met Golgotha! – Daar was de Trooster Die de ziel van de Heere Jezus altijd had verkwikt, op een grote afstand. Nog niet in de eerste drie uur. Toen leed Hij door de vijanden en spotters die Hem omringden. Daar was de Trooster nog met Hem. Maar in de uren van duisternis trok God Zich van Hem terug, omdat Hij tot zonde werd gemaakt. Daar was Hij zonder troost!