Jezus zei tegen hen: Mijn voedsel is dat Ik de wil doe van Hem Die Mij gezonden heeft en Zijn werk volbreng.
Johannes 4 vers 34
Er was nog nooit een mens op aarde geweest die dit naar volle waarheid kon zeggen. De Heere Jezus echter heeft het verwerkelijkt. Hij was niet alleen gehoorzaam vanuit een verplichting, maar het was Zijn voedsel. Hij vond er Zijn bevrediging in. Wat moet dat voor de Vader oneindig kostbaar zijn geweest!
Hij had vierduizend jaar de mensen gadegeslagen. Het was triest: er was er niet één die naar Hem vroeg. Allen waren ongehoorzaam. In velen werkte Hij door Zijn Geest bekering. Ze werden Zijn eigendom en verlangden er dan naar gehoorzaam te zijn. Maar het was heel gebrekkig. ’t Ging met vallen en opstaan.
Hoe anders was dat bij de Heere Jezus! Vanaf het begin handelde Hij in alles precies zoals God het wenste. Nooit zette Hij een stap of sprak Hij een woord als God Hem daartoe niet opdracht had gegeven. Gods wil was in alles voor Hem bepalend. Zelfs toen het Gods wil was dat Hij naar het kruis zou gaan, zei Hij: “Uw wil geschiede!”