Zondag 23 augustus

Nu is Mijn ziel in beroering en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit dit uur! Maar hierom ben Ik in dit uur gekomen. Vader, verheerlijk Uw Naam!

Johannes 12 vers 27 en 28

 

Het kruis kwam dichterbij. De Heiland was de ware Tarwekorrel. Om vrucht te dragen, moet een graankorrel in de aarde vallen en sterven; dán ontkiemt hij en groeit een nieuwe plant met vrucht. Zo moest Hij in de dood gaan en in het graf worden gelegd. Eerder zou er geen vrucht voor God zijn.

Is het niet goed te begrijpen dat de gedachte aan Zijn sterven de Heere Jezus in beroering bracht? Het was niet het vredig ontslapen van een gelovige met een rustig geweten, van een kind van God dat weet dat de aardse strijd voorbij is en de eeuwige rust begint. Nee, voor de Heiland was het een vreselijk sterven. Het was de kruisdood. Het was het oordeel over de zonde. Het betekende het verlaten worden door God.

Wat moest Hij zeggen? Moest Hij de Vader bidden om verlossing uit dat uur? Zou Hij moeten vragen of Hij niet naar het kruis hoefde te gaan? Nee, dat kon niet. Hij was immers Mens geworden en op aarde gekomen om te sterven. Gods eer moest worden hersteld. Dát telde voor Christus!