Toen Jezus haar dan zag huilen, en ook de Joden die met haar meekwamen, zag huilen, werd Hij heftig in de geest bewogen en raakte innerlijk in beroering. En Hij zei: Waar hebt u hem gelegd? Zij zeiden tegen Hem: Heere, kom het zien. Jezus weende.
Johannes 11 vers 33 tot en met 35
Lazarus was gestorven en begraven. Martha en Maria, zijn beide zussen, waren intens verdrietig. Ook andere nabestaanden en bekenden huilden. De Heiland zocht hen op en werd door hun verdriet aangegrepen. Hij was vol medelijden en ontroerd.
Hoe aangrijpend: “Jezus weende”! – Dat was niet, omdat Hij in rouw was. Niet, vanwege het verlies van Zijn goede vriend Lazarus. Hij wist immers dat Hij hem zou terugroepen uit de dood. Nee, Hij weende uit medelijden! Hij zag in welk een nood de mensen door de dood verkeerden. Hij ervoer hoe vreselijk dat loon van de zonde was. Ook hoe ongelukkig de mens was door de wrede heerschappij van satan en dood.
Uit liefde tot zulke arme mensen ging Hij naar het kruis. Daar deed Hij de satan teniet. Hij stond op uit het graf en overwon de dood. Nog steeds is de Overwinnaar vol liefde en medelijden.