(...) en het handschrift dat tegen ons getuigde, uit te wissen. Dit handschrift was met zijn bepalingen tegen ons gericht, en Hij heeft dat uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen.
Kolosse 2 vers 14
God gaf de wet aan Israël. In overmoed verplichtte het volk zich om die wet te houden. Er was niet veel tijd nodig om te laten zien dat geen mens daartoe in staat is. De wet die het leven aanbiedt aan wie hem houdt, bleek alleen maar de doodstraf te eisen, omdat geen mens hem houden kan.
De wet is een vijand van de mens. Niet, dat de wet fout is. De wet is goed – God heeft hem toch gegeven! –, maar de mens is fout.
Wat een genade is het dat God het oordeel van de wet heeft voltrokken: in de Heere Jezus! Hij onderging het vonnis dat de wet over ons uitsprak. Zó heeft God aan de eisen van de wet voldaan. Aan de wet is een einde gekomen. Christus heeft hem uitgewist en uit de weg geruimd. Aan zijn eisen is immers voldaan! – We mogen nu op de bodem van de genade staan. God heeft ons Zijn gunst bewezen, ons allen die hebben erkend dat we Christus nodig hebben!