Zaterdag 10 oktober

Wat klaagt dan een mens die leeft? Laat ieder klagen over zijn zonden!

Klaagliederen 3 vers 39

 

De ‘klaagmuur’ in Jeruzalem is het enige zichtbare overblijfsel van de tempel die in 70 n.Chr. door de Romeinen werd verwoest. Op het plein ervoor zie je Joden die om die verwoesting treuren. De voegen van de muur zitten vol met briefjes met gebeden, door biddende bezoekers daar achtergelaten.

Je kunt klagen over de verwoesting van de tempel en over alles wat de Joden is aangedaan. Je kunt klagen over wat een aanfluiting de christenheid geworden is. Er wordt enorm veel geklaagd – en regelmatig (maar lang niet altijd) is daar aanleiding voor.

De Bijbel zegt echter: “Laat ieder klagen over zijn zonden!” Daar is zeker heel veel reden voor. Want die zonden zorgen ervoor dat we eeuwig in de vuurzee belanden, gescheiden van God. Dat is een kwelling zonder einde. Over die zonden moeten we niet alleen klagen, maar die ook voor God erkennen en ze aan Hem belijden. Want dan vergeeft Hij ze, op grond van het kruis van de Heere Jezus Christus. En dan wordt de heerlijke hemel van God de Vader onze eeuwige woonplaats.