HEERE, U doorgrondt en kent mij. U kent mijn zitten en mijn opstaan, U begrijpt van verre mijn gedachten.
Psalm 139 vers 1 en 2
God weet alles. David, de dichter van deze Psalm, was zich ervan bewust dat God zijn hele leven kende. Hij nam al zijn gedachten, woorden en daden waar. Niets kon voor Hem verborgen blijven.
God is overal. Het is niet mogelijk om aan Hem te ontkomen. Mensen hebben het wel geprobeerd. Zinloos. Hoe zou je je kunnen verstoppen voor de Schepper? Daarvoor is op ons kleine aardbolletje in het grote heelal echt geen plaatsje te vinden.
God kan alles. Hij, de Almachtige, schiep de hemel en de aarde met alles erin en erop. Hij sprak – en het was er. En nu bestuurt Hij alles: het immense heelal en de loop van de hemellichamen. Verder het grote wereldgebeuren. Maar ook het leven van ieder persoonlijk met de ontelbare kleinigheden.
Deze grote God houdt van ons. Zijn liefde gaat naar alle mensen uit. Hij is niet tegen ons, maar voor ons. Hoewel Hij ons kent met onze grote fouten en gebreken, heeft Hij ons lief. Hij wil ons helpen en redden. Hij gaf daarvoor zelfs Zijn geliefde Zoon!