Ik nam het boekje uit de hand van de Engel en at het op, en het was in mijn mond zoet als honing, maar toen ik het opgegeten had, werd mijn buik bitter.
Openbaring 10 vers 10
Kinderen hebben veel smaakpapillen en daarom wordt elke smaak versterkt, ook de minder lekkere. Ze zijn vaak niet gek op spruitjes, want ze zijn bitter. Als je ouder wordt, verlies je van die papillen – en ga je steeds meer dingen lekker vinden. Door ingrijpen van de telers zijn spruiten tegenwoordig ook een stuk milder dan vroeger.
Het boekje dat Johannes opat, smaakte juist zoet, maar in zijn buik werd het bitter. Dat spreekt ervan dat Jezus Christus straks openlijk de Koning der koningen zal zijn – dát is zoet. Maar de weg daarheen is dat God oordelen over de mensheid zal moeten brengen – dát is bitter.
God wil allen het oordeel besparen, al hebben ze het verdiend. Het liefst zou Hij genade bewijzen en zegenen. Omdat Zijn Zoon aan het kruis het oordeel over de zonde droeg, kan God ook genadig zijn. Hij nodigt ieder uit om met belijdenis van zonden tot Hem te komen en in de Heere Jezus te geloven. Dan ontvangt hij genade – en dat is zoet!