Toen zei hij [= Elisa]: Ga heen en vraag voor u buitenshuis kruiken, van al uw buren, lege kruiken; laat het er niet weinig zijn.
2 Koningen 4 vers 3
Dit zei de profeet tegen een weduwe die diep in de schulden zat. De arme vrouw kon die niet afbetalen, want één kruikje olie was haar hele bezit. De schuldeiser wilde haar beide zonen als slaven verkopen. In haar nood ging ze tot de profeet. Van hem kreeg ze de opdracht om zo veel mogelijk kruiken te verzamelen. Haar eigen olie moest ze daarin gieten. Ze deed het en vulde vele kruiken tot de rand toe. Pas toen er geen lege kruiken meer waren, hield de olie op te stromen. Van de opbrengst betaalde ze haar schulden.
Het spreekt van de overvloeiende genade van God. De profeet had niet gezegd: ‘Verzamel niet te veel kruiken, overdrijf het niet’. Nee, hij zei: ‘Zorg dat het er niet te weinig zijn’. Als ze dubbel zoveel kruiken had gehad, waren ze ook gevuld. Voor Gods macht is niets te veel.
Hoeveel we ontvangen, hangt dan ook niet af van Hem en Zijn macht en liefde, maar van onszelf: van ons geloof. Hij wenst dat we Hem onvoorwaardelijk vertrouwen en uit Zijn onuitputtelijke bron putten.