Maandag 6 juli

Jezus zei tegen hem: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.

Johannes 14 vers 6

 

Twee jaar geleden vloog een man vanuit Hongkong naar de Chinese stad Shenzhen. De douane trof in zijn broek zes plastic zakken aan met daarin totaal 104 slangen, van vijf verschillende soorten. Het was duidelijk een duister zaakje. De smokkelaar werd vervolgd en zou een flinke straf krijgen.

Je wilt niet weten wat er allemaal al over de grenzen is gesmokkeld. Mensen zijn er bedreven in. En hoe de douane zich ook inspant, waterdicht wordt het nooit. Er is maar één grens waar pertinent nooit iets overheen komt wat niet hoort. Dat is de grens van de hemel. Die wordt door de engelen bewaakt. En die zijn in dienst van de Alwetende en worden door Hem aangestuurd. Hun ontgaat niets!

Hoe kom je die grens dan over? Hoe kom je de hemel binnen? Gewoon, via de normale ‘weg’: door de Heere Jezus Christus. Wie in Hem gelooft, heeft als het ware een paspoort dat door Hem is ondertekend. Wie weet: ‘Christus stierf ook voor mij aan het kruis’, heeft de vrije toegang tot God Die ook zijn Vader is geworden, en tot Zijn eeuwige huis, de hemel.